IJsland

IJsland 2013 – dag 2 tot 6 – Vijfdaagse trektocht over de Laugavegur

De beste manier kennis te maken met de geweldige natuur van IJsland te verkennen, is te voet via de populaire Laugavegur-trektocht. Op 4 of 5 dagen tijd doorkruis je allerlei indrukwekkende natuurfenomenen: gletsjers, vulkanen, meren, warmwaterbronnen, fumarolen,… Deze trektocht lijkt wel een samenvatting van het hele land te zijn.

Klik hier voor een overzicht van de reis.

Route dag 1:  Reykjavik – Landmannalaugar
Afstand:  180 km met de bus, 8,5 km te voet
Activiteiten: dagtocht over de Sudurnamur vanuit Landmannalaugar
Weer: zonnig maar koud en winderig
Overnachting: Landmannalaugar camping

Na een nacht zonder duisternis staan we al om zeven uur op. We ontbijten snel en herorganiseren onze rugzakken: de extra kleren, schoenen, reisboeken en kookpotten mogen we achterlaten in het hotel zodat we enkel het strikte minimum bijhouden voor de trektocht. We komen net op tijd toe aan de BSI bus terminal en stappen op de bus richting Landmannalaugar. Dankzij de Hiking Pass betalen we minder dan een gewone retour.

De busrit naar Landmannalaugar duurt iets meer dan vier uur. Onderweg wordt een grappige audiogids afgespeeld met weetjes over het eiland, de streek, de dieren (schaapjes, paarden,…) en de inwoners. We kopen een Skyr in een winkeltje onderweg en ontdekken de smaak van de typische IJslandse “platte kaas”: zo gaan we er zeker nog eten! De bus maakt wat later nog een halte aan de voet van Hekla, een vulkaan die gemiddeld om de tien jaar uitbarst maar waarvan de laatste uitbarsting dateert van 2000.

We rijden verder door prachtige landschappen, en maken nog een fotostop aan het Frostastadavatn meer.


Van daaruit is het niet ver meer tot Landmannalaugar. De omgeving is er supermooi, maar de plek is overbevolkt. Honderden tentjes staan er verspreid. We zoeken snel een plaats voor onze tent. Erg gezellig is het niet.

Wanneer alle spullen in de tent liggen, gaan we op verkenning. We kopen een kaartje met wandelingen in de omgeving en vertrekken op aanraden van de mensen uit de hut op een wandeling van 8,5 km over de Sudurnamur richel. De wandeling vertrekt achter de hut en begint met een korte stevige klim over lava. Al snel bevinden we ons te midden van het gestold lavaveld Laugarhaun waar het pad zich een weg door kronkelt.
We zijn niet alleen: veel toeristen stoppen maar enkele uurtjes in Landmannalaugar om er een korte wandeling te maken. Gelukkig laten we al snel de mensen achter ons. We komen aan een prachtige vlakte met witte bloemetjes en prachtig gekleurde bergen en wandelen door de vlakte over een soort van rivierbedding.

 

Aan de overzijde van de vlakte gaat het plots steil bergop. Er steekt een felle wind op waardoor we ondanks de inspanning toch een jas aantrekken.

Eenmaal op de top hebben we een prachtig uitzicht over de vallei en het lava veld waar we vandaan komen. Iets verderop kunnen we, na nog wat hoogtemeters, zelfs de hut en tentjes zien.


De meeste hoogtemeters zijn nu achter de rug en we wandelen over de bergkam terug in de richting van de hut. Het uitzicht is nog steeds fenomenaal en we zijn helemaal alleen om er van te genieten.


Stilaan komen we terug dichter bij de hut en begint het pad te dalen tot we aan de baan naar Landmannalaugar komen.

We hebben ongeveer drie uur gewandeld en hebben een warmwaterbad wel verdiend, vinden we. Met badpak en handdoek (brrr, koud!) begeven we ons naar de warmwaterbron iets voorbij de hut. Het is er druk, maar het hete water maakt dat ruimschoots goed. We zoeken een lekker warm plekje uit en laten onze spieren urenlang ontspannen.
Wanneer we het warme water verlaten is het niet eens zo koud: ons lichaam heeft het nog helemaal warm. We genieten nog na en stillen de hongerige magen met een pasta met pesto, mozzarella, kerstomaten en parmesaan.

Ondanks het nog niet zo late uur en de grote lawaaierige groep vlakbij onze tent, kruipen we onder wol. We zijn voorzien van muts, oordoppen en ooglapje: klaar voor een eerste nacht onder de tent in IJsland!


Route dag 2:  Landmannalaugar – Alftavatn

Afstand:  24 km (te voet)
Wandelduur: 6 uur
Activiteiten: trekking over de Laugavegur
Weer: zonnig
Overnachting: Alftavatn camping

We hebben vannacht geen oog dichtgedaan van de kou. Het leek wel meerdere graden onder nul en de muts en slaapzak boden niet genoeg warmte. Misschien toch eens tijd om te investeren in een slaapzak met comforttemperatuur onder nul? Alleszins, opstaan is een makkie als je zin hebt in een warm drankje om op te warmen! Na een goede warme (oplos)koffie plooien we de tent op en maken we ons klaar om te vertrekken voor de Laugavegur trektocht, een populaire vierdaagse trektocht via de mooiste landschappen van IJsland en een van de hoofdredenen waarom we naar IJsland reizen.
 
Zoals het hoort tekenen we het register van de hut met vertrekuur en bestemming. Het is 8u30 en we zijn de allereersten op de lijst: dat belooft een rustige wandeling te worden! We laten het drukke “basecamp” achter ons en nemen dezelfde weg als gisteren, over de helling achter de hut en door het lavaveld Laugarhaun.

De ryolietbergen zagen we gisteren ook al maar toch blijven we onder de indruk van al dat schoons. In plaats van de rivierbedding over te steken, volgen we nu het pad richting Hrafntinnusker, onze eindbestemming voor vandaag. Onderweg komen we al gauw de eerste fumarolen tegen: gaten waaruit stoom en (stinkende) zwaveldampen komen.

Het pad begint stilaan te stijgen, waardoor we achter ons een mooi uitzicht krijgen over het lavaveld bij Landmannalaugar.
Als we even op adem komen, komen we ook de eerste tegenligger tegen: een jonge kerel dat in bloot bovenlijf naar beneden holt. We vermoeden dat hij een nachtje door gewandeld heeft of toch heel vroeg is vertrokken, gezien het vroege uur. Op ons eigen tempo klimmen we verder.
Na een toch wel stevige klim, laten we de vallei van Landmannalaugar achter ons en komen we op een plateau vanwaar we een heel nieuw landschap te zien krijgen: we wanen ons in een postkaartje! De bergen lijken op te lichten in het zonlicht en nemen alle mogelijke kleuren aan: groen, geel, oranje, rood, blauw, paars,…en vooral: geen enkele andere wandelaar te verkennen! Vroeg opstaan (lees: niet slapen van de kou) loont!
We eten een koekje en wandelen verder, op en neer over de heuveltjes. Het pad is makkelijk begaanbaar en is honderden meters in de verte al te zien dankzij het goede weer. Af en toe moeten we over een stukje sneeuw, over een stroompje of door de zwaveldampen van een fumarole.
We moeten nog een paar heuveltjes en sneeuwvlaktes over tot we uiteindelijk de hut van Hrafntinnusker in het zicht krijgen.
Rond 12u30 komen we toe aan de hut. We hebben er drie uur over gestapt, een pak sneller dan we hadden verwacht. Het is nog vroeg en behalve een wandeling naar een ijsgrot valt er aan de hut niet zo veel te beleven. We besluiten om vandaag nog verder te wandelen tot de volgende hut, zo’n 11-tal km verderop. Het is mooi weer, we zijn nog helemaal niet moe en we zien het na de vorige ijskoude nacht vooral niet zitten om te slapen op deze hoogte: het waait en de kampeerplekjes zijn afgebakend met stenen muurtje, dat voorspelt niet veel goeds!
We eten een boterham met leverpastei en een soepje en maken kennis met een frans-duits koppel dat vanuit Alftavatn komt. Ook zij gaan vandaag de twee etappes doen. Ze vertellen over hun tocht die in Skogar is begonnen, waarbij ze in twee -volgens hen- zware, helse dagen tot Thorsmork gewandeld hebben. Onze trektocht eindigt wegens tijdsgebrek in Thorsmork, maar het is goed om weten dat de uitbreiding naar Skogar moeilijk in één dag te doen is.
Na een aangename lunchpauze trekken we vol goede moed verder. Het pad leidt ons van heuvel naar ravijn, steeds op en af over steile, slipperige hellingen. Sommige ravijnen zijn nog wel gevuld met sneeuw, wat het wandelen wel makkelijker maakt.
Het profiel van de bergschoenen van Ulrike is nogal versleten, en daardoor schuift ze een paar keer uit en valt ze zelfs op haar pols. Gelukkig is er niets erg aan de hand. Achter ons kunnen we nog steeds de hut van Hrafntinnusker zien. We kunnen ons wel voorstellen hoe frustrerend dat moet zijn als je de route omgekeerd afloopt, moe bent, en al die tijd de hut al ziet.
Het pad brengt ons via een winderige bergkam over de Haskerdingur (1281 m). Vanop de richel hebben we een mooi uitzicht over de ryolietbergen, die we nu achter ons laten.
We wandelen voorbij een oranje gekleurd stroompje met felgroen mos en zwart zand en komen uiteindelijk uit op een indrukwekkend uitzicht over een vallei met gletsjers, mosgroene bergpieken en het meer van de hut Alftavatn. Het uitzicht reikt tot kilometers ver en is werkelijk adembenemend.
Om in de vallei te geraken moeten we eerst een steile afdaling overmeesteren. Het pad is erg steil en bij elke stap schuiven we mee met de steentjes en het zand. We hebben al een twintigtal kilometers achter de rug, de knieën zijn moe en deze afdaling valt vooral mij erg zwaar. Gelukkig heeft Ulrike geduld, en geraak ik met voorzichtige stapjes zonder vallen beneden. Uiteraard lijkt de hellingsgraad op de foto hieronder piece of cake 🙂
Eenmaal in de vallei kunnen de kniën weer wat rusten en is het pad min of meer plat. Met behulp van een houten balk steken we een riviertje over. De vallei is erg groen en mossig in tegenstelling tot het landschap waar we vandaan komen.
De laatste kilometer is erg makkelijk maar omdat we moe zijn lijkt het wel eeuwen te duren vooraleer we bij de hut zijn. Uiteindelijk is het 16u wanneer we de rugzakken kunnen afsmijten aan de hut van Alftavatn. We hebben er 24 km opzitten en hebben 7 uur gewandeld met een rugzak van om en bij de 14 kilo.
Ulrike bemachtigt het voorlaatste colablikje bij de hutwaardin, we schrijven onze naam op het wandelregister en zetten vervolgens de tent op, op een goede afstand van de hut en de andere tentjes, dicht bij de oever van het meer. Het waait erg hard, waardoor we al snel de oriëntatie van onze tent moeten wijzigen om te vermijden dat de wind inslaat (we leren bij!).

Door de wind draait onze poging op een heerlijke warme douche uit op een echte flop: er is maar één douche waarvan de boiler werkt, dus we schuiven een dik halfuur aan en wanneer het dan eindelijk aan ons is waait het zo hard dat de wind steeds het vlammetje van de boiler uitblaast. Uiteindelijk douchen we ons met ijskoud water.
De koude wind maakt ook dat we voor het eerst in de voortent koken, wat aardig lukt. Het loont op vlak van comfort dan toch om een iets zwaardere tent mee te sleuren. Trekken doen we graag, maar inboeten op comfort doen we liever niet. Dat geldt ook voor het eten: we houden niet zo van kant en klare trekkersmaaltijden, dus eten we vanavond (oplos)puree met spek (vaccuum verpakt), wortel en champignon en als dessert een (oplos)pudding. Een heerlijke maaltijd, alleen wat vervelend om de vettige kookpot nadien af te wassen met enkel koud water.

We genieten nog even van de prachtige omgeving, en kruipen rond half negen al in onze slaapzakken. Deze keer beter ingeduffeld dan de vorige nacht: de slaapzakken gaan helemaal toe en sokken blijven aan.


Route dag 3: Alftavatn – Emstrur/Botnar
Afstand: 16  km (te voet)
Wandelduur: 5 uur
Activiteiten: Laugavegur trektocht
Weer: windstorm en vulkaanas-mist

Overnachting: Botnar camping

Deze tweede nacht onder de tent in IJsland was een even grote mislukking als de eerste. Deze keer is het niet de koude die ons heeft wakker gehouden, maar een heuse windstorm. We kunnen nog tot middernacht slapen, maar dan worden we wakker van de rukwinden die ons tentje aanvallen.
We blijven de hele nacht halfwakker, uit schrik dat de tent gaat wegwaaien. Regelmatig kijken we de haringen en stormtouwen na. Gelukkig zit alles nog op z’n plaats. We vervloeken ons wel om de tent zo ver weg van de andere tentjes neer te zetten. Mocht de tent dan toch wegwaaien, dan staan we er wel alleen voor. Als we naar de andere tentjes in de verte kijken, zien we sommige tenten die helemaal ingedeukt zijn, en anderen die meeflapperen met de wind. Uiteindelijk is het tijd om op te staan, maar door de wind besluiten we nog even te wachten tot het wat kalmer wordt. De overige kampeerders blijven ook braafjes in de tent, niemand die de tent durft opplooien met zulke windstoten.
En inderdaad, de wind gaat liggen en we maken gebruik van de gelegenheid om ons ontbijt in de voortent te maken. Al gauw blijkt dat een domme keuze te zijn: de windvlagen steken weer op en een regenwolk komt onze richting uit. We hadden beter ingepakt in plaats van te ontbijten! Aangezien de wind niet meer gaat liggen en de eerste regendruppels al vallen, beslissen we snel nog in te pakken, ondanks de hevige rukwinden. We werken een stappenplan uit en in sneltempo plooien we de tent op: terwijl Ulrike de buitentent opruimt, ga ik op de buitentent liggen zodat niets weg zou waaien. Gelukt! Nu weten we tenminste dat onze tent helemaal windproof is!
Het is tenslotte 9u wanneer we vertrekken richting Botnar. We steken al meteen een riviertje over, gelukkig lukt dat zonder de schoenen af te doen.
Het pad stijgt een beetje, en leidt ons dan naar een tweede rivier. Deze keer moeten de schoenen uit en de sandalen aan. Een Engels gezin met jonge kinderen doet het ons voor. De rivier is niet zo diep noch breed, maar het water is wel pijnlijk koud! We drogen onze voetjes met de trekhanddoeken en gaan verder door de vallei.
Al gauw komen we toe aan de hut van Hvannagil. Van daaruit loopt het pad door een vlakte van zwart lavagruis, waar we bij elke stap heerlijk zacht doorzakken: comfortabel voor de voeten en knieën!
Via een wandelbrug steken we een hevige rivier over. We zijn blij dat we deze furie niet moeten doorwaden! De weinige auto’s die hier passeren kunnen dit daarentegen niet zeggen: de weg loopt dwars door de rivier.

We dachten dat we aan een rivierdoorwading ontsnapten, maar iets verder blijkt dat we toch nog eens moeten doorwaden. Deze keer een brede, diepe rivier met veel stroming. Lap seg! De wandelaars die voor ons uit lopen zien we nog net instappen in de voorbijrijdende 4×4 om de rivier droog over te steken. Wij hebben minder geluk: in de verste verte geen auto te bekennen. We zoeken even een goede oversteekplaats en doen dan schoenen en broeken uit. Met de wandelstokken steken we, hand in hand, de rivier over. Ondertussen worden we aangemoedigd door andere wandelaars die aan de rivier zijn toegekomen. Zij zijn wel blij dat we het hen voordoen. Er blaast een koude wind en het duurt even voor we onze voeten droog en warm krijgen. Zo’n rivier zorgt wel voor opstropping!



Na de doorwading volgt een eindeloos stuk rechtdoor door een grijszwarte vallei. Het duurt wel even voor we de vallei overgestoken hebben.

De omgeving wordt steeds desolater: de laatste stukjes groen mos maken plaats voor een grijze zanderige massa en er steekt een vreemd soort mist op. Later vernemen we dat dit geen mist is maar vulkaanas dat door de wind wordt overgewaaid vanuit de Eyafjallajokull.

We wandelen over een helling en houden halt aan een klein riviertje voor een lunchpauze.

De wandeling gaat verder door een uitzichtloze lavawoestijn. Misschien kun je van hier uit prachtige gletsjers zien, maar wij zien alvast helemaal niets. Zelfs geen hut in de verte.

Uiteindelijk zien we de hut liggen. Dankzij het gebrek aan uitzicht zijn we al heel dichtbij en duurt het niet lang meer wanneer we toekomen. Het is 14u15 en we hebben zowat 5 uur gewandeld. We kiezen een plekje onder de hut, beschut van de wind (dat hebben we alvast geleerd na de nachtelijke windstorm van voorbije nacht) en nemen een douche nu het nog niet te druk is aan de hut.
Na de heerlijke warme douche eten we een soepje en doen we een dutje. Dat mag wel na twee slapeloze nachten! Wanneer we terug wakker worden staan er overal nieuwe tenten: er is geen plekje meer vrij! We maken een korte wandeling naar de Markarfljotsgljufur, een aanrader volgens de waardin. En inderdaad, het is er erg mooi.

Na de avondwandeling eten we ons avondeten: oosterse noedelsoep. Niet zo geslaagd want het trekt meer op kleverige pasta dan op soep. Soit, tijd om te verteren en te gaan slapen! Hopelijk deze keer geen vriestemperaturen en geen windstorm!

Route dag 4: Emstrur/Botnar – Thorsmork (Husadalur)
Afstand: 16 km te voet
Wandelduur: 6,5 uur
Activiteiten: Laugavegur trektocht
Weer: zonnig
Overnachting: Husadalur – Thorsmork camping

Eindelijk hebben we nog eens een goede nachtrust gehad: geen hevige windstoten en ijskoude temperaturen zoals de voorbije twee nachten. De zon en het felle licht maken ons al om half zeven wakker. We ontbijten met een laatste restje brood en choco, en proberen de chocopops met oplosmelk (een aanrader!). Rond half negen vertrekken we voor wat de laatste dag is van de Laugavegur trektocht.
We wandelen door een lavawoestijn en over een riviertje tot we de Emstrua-canyon bereiken.  Van daaruit zien we in de verte de geltsjertong Entujokull van de imposante Myrdalsjokull.
Om de canyon over te steken, moeten we eerst een steile afdaling overmeesteren. Gelukkig zijn er kabels voorzien, dus erg moeilijk is het niet. Via een brugje geraken we aan de overkant van de kloof.
We wandelen verder door de glooiende vallei en stijgen stilaan een aantal hoogtemeters waardoor we een nog mooier uitzicht hebben over de vallei en de gletsjertong.
Eenmaal boven stoppen we even om wat noten te eten, kwestie van de nodige brandstof binnen te krijgen!

Het pad loopt nu op en neer langs de Markarfjot canyon (rechts) en de Myrdalsjokull (links). Nadien wordt het pad vlakker en wandelen we door de open vlakte van Almenningar.

We nemen er een uitgebreide lunchpauze (tonijn uit een zakje!) en genieten van de zon op ons gezicht. Wanneer we de weg verderzetten, wandelen we een helling op tot we de Þrónga rivierbedding zien liggen.

We zoeken een plaats om de rivier te doorwaden zonder te diep in het water te moeten en dat lukt aardig, al moeten we wel onze schoenen verwisselen voor sandalen.

Aan de overkant van de rivier komen we meteen in een ander landschap terecht, met “bomen” (lees: struiken) en veel vegetatie. We volgen de bordjes naar Husadalur. In Thorsmork zijn namelijk drie hutten: Husadalur, Langidalur en Basar. Husadalur is de beste optie als je de bus wil nemen om terug te keren naar Reykjavik. Wie de trektocht verder zet richting Skogar kiest beter voor de hut van Langidalur, of zelfs de hut van Basar (nog meer in de richting van Skogar). Wij hebben niet voorzien om tot Skogar te stappen, dus kiezen we voor de hut in Husadalur.Om 14u komen we uiteindelijk toe aan de hut, helemaal uitgeput van de 56 km die we op drie dagen hebben afgelegd. We zetten de tent op, wassen onze kleren en doen een dutje in de zon: wat een beloning!

De hut van Husadalur vinden we erg gezellig: we genieten keihard van de heerlijk warme douche, de gezellig zithoek (met wifi!) en de sauna. We gebruiken de keuken en koken nog een (laatste?) trekkingsmaaltijd: thai green curry.

Omdat we de trektocht op drie dagen hebben gedaan in plaats van de geplande vier dagen, hebben we een extra dag gewonnen. We twijfelen of we toch niet tot Skogar zouden doorgaan, we hebben namelijk zin gekregen om de restanten van de vulkaanuitbarsting te zien. In één dag zien we dat echter niet zitten (het frans-duits koppel dat we in Hrafntinnusker tegenkwamen heeft ons nogal ontmoedigd), dus checken we bij het huurautobedrijf of we de auto geen dag later zouden kunnen ophalen. Helaas zou ons dat 600 euro extra kosten (!). Toch maar niet dus. Uiteindelijk besluiten we om nog een extra dag in Thorsmork te blijven en een dagtocht te maken tot de Fimmvorduhals en terug.

We doen nog een avondwandeling op de berg bij de hut en kruipen laat in bed (half twaalf!). Het is nog steeds licht als we gaan slapen.


Route dag 5: Thorsmork (Husadalur) – Morinsheidi – Thorsmork

Afstand: 22 km te voet
Wandelduur: 7 uur
Activiteiten: Fimmvorduhals wandeltocht
Weer: Vulkaanas-mist
Overnachting: Husadalur – Thorsmork camping

Voor het eerst sinds enkele dagen kunnen we opstaan en de tent laten staan. We maken vandaag namelijk een heen en terug tocht. De rugzak wordt gevuld met spullen voor de dag en na een klein ontbijt vertrekken we richting Fimmvorduhals. We zouden vandaag graag tot aan de Fimmvorduhals hut geraken en terug, maar daarvoor moeten we wel 33 km stappen! We zien wel tot waar we geraken…Via de begroeide heuvels geraken we vanuit Husadalur na een 3-tal km stappen aan de Langidalur hut, die aan de Krossa rivier ligt. Om de rivierbedding over te steken is er een voetgangersbrug waar we even een omweg voor moeten nemen. Na de brug zijn er nog een aantal vertakkingen van de rivier die we oversteken aan de hand van stapstenen. Het is even zoeken om tot de overkant van de immense rivierbedding te geraken, maar eenmaal dat is gelukt volgen we een makkelijke weg tot aan de hut van Basar.

We zijn al een 6-tal km onderweg wanneer we eindelijk de hut van Basar passeren. We begrijpen nu wel waarom de hut van Husadalur niet gebruikt wordt door diegenen die van Landmannalaugar doortrekken tot in Skogar: wat een omweg!
Iets voorbij Basar krijgen we een eerste klim te verduren. Het lijkt wel of de voorbije dagen hun tol beginnen te eisen, want ik geraak maar moeilijk vooruit en dat is erg frustrerend! Via een geleidelijke klim komen we op een iets steiler stukje waar losse kabels liggen om vast te nemen. Vervolgens komen we aan een prachtig maar ook benauwend stukje over een smalle richel, de Kattarhryggir ofte “Cat’s spine”. We hebben er een prachtig uitzicht over de Strakagil canyon, maar kijken toch vooral waar we onze voeten zetten!

Na nog wat hoogtemeters en kabels komen we toe op een plateau. Achter ons is enkel nog grijze waas te zien, veroorzaakt door het vulkaanas van de Eyjafjallajökull vulkaan (wereldberoemd sinds hij bij de uitbarsting in 2010 heel het vliegverkeer lamlegde), dat met de wind de vallei ingeblazen wordt.
Ik ben ondertussen echt futloos en moe, zeker als ik bedenk dat we nog de hele weg terug moeten keren. We vloeken dat we geen extra dag hebben voorzien om tot Skogar door te trekken. We besluiten om nog tot over de Heidarhorn (1053m) te klimmen en dan terug te keren.
De hellingsgraad is nog wat steviger dan tot nu toe het geval was, maar ik begin ook wat over de vermoeidheid te geraken dus het gaat vlotter dan verwacht. Als we eenmaal over de Heidarhorn zijn, bevinden we ons op een groot plateau, de Morinsheidi. Het uitzicht is helaas beperkt, maar we raden de contouren van de Myrdalsjökull en de Eyjafjallajökull langs weerszijden.
Omdat we nog een lange weg terug moeten, besluiten we (met een beetje tegenzin) om rechtsomkeer te maken. Op de terugweg gaat de aswolk wat liggen en zien we de gletsjers beter liggen. We eten een paar crackers en vervolgen onze weg naar ‘huis’.

Via de kabels en de smalle richel van de Kattarhryggir dalen we af tot we in Basar zijn. Van daaruit vervolgen we de (saaie) baan tot aan de oversteekplaats naar Langidalur.

De Krossa-rivier ligt anders en het is deze keer moeilijker om een plek te vinden om over te steken zonder de schoenen uit te hoeven trekken. Gelukkig zijn er grote stenen in overvloed en kan Ulrike er een paar op strategische plaatsen smijten, zodat we droog tot de voetgangersbrug geraken. Via de oever gaat het pad verder tot in Langidalur.

Na een laatste eindeloze 3 km komen we helemaal uitgeput toe aan de hut van Husadalur. Ik kan geen stap meer zetten: mijn voeten en kniëen laten weten dat het na het stappen van 87 km in 5 dagen welletjes is geweest!

We ontspannen in de sauna, nemen een warme douche en chillen in de zetels van de hut. We belonen onszelf met een heerlijke maaltijd in hut: bloemkoolsoep, gebraden kip, vis stoofpotje, sla en butternut met dessert en koffie en dat allemaal voor 28 euro.

Met het buikje meer dan vol gaan we slapen. We zijn helemaal klaar voor het volgende deel van onze reis: een roadtrip helemaal rond IJsland!
Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s