Frankrijk

Vijfdaagse trektocht langs de Tour des Aiguilles Rouges

Na een aantal meerdaagse trektochten in meer noordelijke contreien, werd het tijd om de Franse Alpen ook eens een kans te geven om ons te verbazen. De Alpen kennen we wel van het skiën maar associëren we niet meteen met stevige, uitdagende trektochten in desolate gebieden. Een prachtig fotoverslag van een tocht door de Reserve Naturelle des Aiguilles Rouges van Patagonian Dreams heeft echter de doorslag gegeven om ons in de Franse Alpen te begeven. Dat mijn twee oma’s daar maar enkele uren rijden vandaan wonen, is handig meegenomen.
We kiezen voor een tocht eind juni om de drukte zoveel mogelijk te vermijden. Het risico op sneeuwvelden nemen we erbij: we informeren ons voldoende en huren ijspikkels en stijgijzers in de lokale bergwinkel.

Route dag 1: Le Buet – Lac Blanc
Afstand: 8 km
Hoogteverschil: +1020m
Weer: zonnig en onweer
Kaart: IGN Pays du Mont-Blanc 1:50 000
Overnachting: Refuge du Lac Blanc

Na een bezoekje aan de twee oma’s in Lyon en Grenoble, rijden we tot aan het gehuchtje Le Buet, vlakbij Chamonix en Argentière. Het uitzicht op de torenhoge bergen (waaronder de Mont Blanc) maakt de aankomst des te spannender. Vooraleer we aan onze trektocht beginnen, rijden we even wat verder om wat obligatoire Franse kost te kopen: baguette, saucisson et fromage.

Terug in Le Buet laten we onze auto achter op de ruime (gratis) parking net naast de hoofdbaan en aan de voet van een heleboel wandelwegen. Nadat we snel nog even onze drinkbussen vullen in de lokale bar-restaurant, hijsen we onze zware rugzakken op ons gestel en gaan we te voet verder.

We lopen onder de spoorweg en volgen het pad dat ons door de vallei richting Chamonix lijkt te voeren. We houden halt in een bloemenweide langs het pad voor een lunch met kaas en worst.

Na een half uurtje komen we terug aan de hoofdweg die steeds parallel liep, maar die we een tijdje uit het oog waren verloren. Hier, aan de Col des Montets (1460m), is het centre d’acceuil van het natuurgebied Les Aiguilles Rouges. Achter het gebouw loopt onze route recht omhoog de hoogte in. Meer dan 1000 hoogtemeters moeten geklommen worden en de weg zigzagt erg stijl omhoog. Algauw zijn we buiten adem. Zijn we nog niet geacclimatiseerd of gewoon uit vorm? De zon en warme temperaturen zijn we natuurlijk ook niet gewoon.
Terwijl we stijgen hebben we een mooi zicht op de toppen aan de andere kant van de vallei. Het uitzicht wordt steeds indrukwekkender, zeker wanneer verschillende gletsjers te voorschijn komen. In de verte torent de Mont Blanc boven alles uit.

Boven onze berg een ander verhaal, steeds meer wolken komen opzetten en het ziet er naar uit dat we de dag niet zonder regen zullen doorkomen. Het pad wordt eindelijk minder steil en terwijl we op adem komen, aanschouwen we verschillende dieren (marmotten en steenbokken) op onze weg.

Ondertussen heeft de prachtig groene vegetatie plaats gemaakt voor rotsen en een eerste névée. We passeren de Lacs de Cheserys (2100m) en moeten een aantal laddertjes op.
Wanneer het begint te regenen en er een storm aan zit te komen, bereiken we totaal uitgeput de Refuge du Lac Blanc (2350m). Het witte meer kan ons momenteel niet boeien en we reppen ons naar binnen en boeken meteen 2 bedden in de dortoir en een warme maaltijd.
’s Avonds komen we te weten dat geen enkele refuge in het gebied kredietkaarten aanvaardt (enkel cash en cheques) en beseffen we dat we onvoldoende geld op zak hebben voor de komende vier dagen. Er zal niets anders opzitten dan de volgende ochtend opnieuw naar het dal te gaan om geld af te halen, leuk is anders…

Route dag 2: Lac Blanc – Planpraz – Le Brevent – Refuge Bellachat
Afstand: 11 km
Hoogteverschil:  +205m -870m
Weer: zonnig
Kaart: IGN Samoëns – Haut-Giffre 1:25 000
Overnachting: Refuge Bellachat

We hebben er een lange nacht opzitten met helaas weinig diepe slaap door het voortdurend gesnurk van twee andere gasten in de slaapzaal. Na het ontbijt in de refuge vertrekken we meteen richting la Flégère. Ons oorspronkelijk plan om in één dag door te stappen tot de Col d’Anterne laten we varen, omdat we vrezen dat we teveel tijd gaan verliezen door de omweg in het dal op zoek naar een bankautomaat.


Tot in la Flégère (1870m) kunnen we goed doorwandelen: het pad is goed begaanbaar en gaat bergaf. Stilletjesaan klaart de hemel op en krijgen we de bergketen aan de overkant van de vallei te zien.

In la Flégère is een stoeltjeslift. Wanneer we informeren naar een bankautomaat krijgen we te horen dat we best de cabinelift in Planpraz nemen, daar beneden is het centrum van Chamonix en gaan we zeker een bank vinden. 

Via Grand Balcon Sud trekken we verder, evenwijdig met het dal en met een steeds mooier uitzicht. Langsheen het pad zien we talrijke wilde roze rhododendrons, erg mooi. Het pad is aangenaam en eenvoudig. We kruisen veel trailrunners die aan het trainen zijn voor de Marathon die binnen enkele dagen plaatsvindt.

Na een stevige klim komen we toe in Planpraz (2075m). Daar besluiten we dat ik even met de cabinelift naar het dal ga om geld af te halen. Een ticketje kopen is boven niet mogelijk wegens gebrek aan een kassa, dus mag ik gratis naar beneden. In het dal is het nog 5 minuutjes stappen tot het centrum van Chamonix, waar ik meteen een bank vind en het nodige geld kan afhalen. Het is hier beduidend warmer (zeg maar snikheet) dan op de berg. Wanneer ik terug boven ben aangekomen, heeft Ulrike al ons middageten klaargemaakt.

We zijn behoorlijk moe wanneer we rond 15 uur aan le Brevent (2525m) toekomen. De top is aan de zijde van het dal helemaal in een wolk verscholen. Eenmaal over de top geraken we uit de wolk en krijgen we een erg mooi uitzicht op de vallei aan de andere kant van de bergketen.

Vanuit le Brevent zigzagt een weg doorheen de rotsblokken, steil naar beneden. Er lijkt wel geen einde te komen aan het dalen en de knieën smeken om rust.


Gelukkig komen we rond 16 uur toe aan de refuge de Bellachat (2150m). We komen er het Frans (snurkend) koppel tegen waarmee we de voorbije nacht de slaapzaal gedeeld hebben. Het zijn joviale mensen die ons meteen op een drankje trakteren en blijkbaar al twee bedden hebben gereserveerd voor ons. We twijfelen even om toch de tent op te zetten, maar laten ons al snel overtuigen voor een nachtje in de refuge en de bijhorende warme maaltijd.


Na het aperitief op het terras met uitzicht op de Mont-Blanc (of toch een deel, want de top is verstopt achter een wolk), komt ook de groep jongeren van UCPA toe, die we ook in de vorige hut hebben gezien. We spenderen een gezellige avond in de hut waarbij Ulrike op aandringen van de andere gasten wat gitaar speelt en we diepzinnige gesprekken hebben met het Franse koppel. We kruipen moe maar tevreden in ons nest.


Route dag 3: Refuge Bellachat – Le Brevent – Col du Brevent – Refuge Moede Anterne
Afstand: 12 km
Hoogteverschil:  +790m -925m

Weer: zonnig
Kaart: IGN Samoëns – Haut-Giffre 1:25 000
Overnachting: bivak bij de refuge moede anterne

Door het continue gesnurk hebben we alweer geen al te beste nacht achter de rug. Een ontbijt in de hut en het uitzicht op de Mont-Blanc maken dat gelukkig wel goed.
We vertrekken weer als eersten en kijken een beetje op tegen de steile klim naar Le Brevent (2525m). Maar zo vroeg op de ochtend hebben we blijkbaar nog veel energie, want voor we het weten staan we weer op de top. Een bezoekje aan een echt wc (en niet die staantoilet in de hut van afgelopen nacht) maakt deze beklimming meer dan waard. Het uitzicht daarentegen is wat minder dan gisteren.

Door een dichte mist betreden we het eerste sneeuwveld richting Col du Brevent (2370m). De mist trekt op maar de sneeuwvelden worden steeds talrijker. We halen de sneeuwpikkel boven en voelen ons ietwat veiliger op de relatief steile flank. Via een aantal laddertjes en vele nevées komen we uiteindelijk aan de Col du Brevent.


Van daaruit is het enkel dalen naar het dal. We moeten nog door een aantal steile sneeuwvelden naar beneden, maar gelukkig is de sneeuw goed zacht en kunnen we makkelijk treden maken met onze voeten.
Wanneer we onder de sneeuw gedaald zijn, houden we halt voor wat energievoer: noten, kaas en crackers met paté. Als we achterom kijken zien we de route die we gewandeld hebben en zijn we best wel trots dat we over die col gegaan zijn: zoveel rotsen en sneeuw!

Van daaruit is het eerst nog wat manoeuvreren tussen de rotsblokken maar al gauw komen we terecht in een alpien weidelandschap met een duidelijk pad dat ons geleidelijk aan tot aan de rivier in het dal brengt.


Het pad is zo goed aangelegd dat ik algauw onvoldoende oplet waar ik mijn voeten zet, en door een losse steen plots op de grond terecht kom. Gelukkig is er niets ergs aan de hand en kunnen we eens goed lachen.
Eenmaal aan de rivier toegekomen eten we een aantal snacks, steken we de rivier over via de Pont d’Arlevé (1600m) en beginnen we aan de klim uit het dal. Het pad is nog altijd erg goed aangelegd en klimt gestaag. Net wanneer ik vertel dat ik nog nooit een slang heb gezien, zien we een adder het pad oversteken. Van een toeval gesproken!

De Rochers des Fiz torenen voor ons uit wanneer we eindelijk de hut naderen. Na nog enkele vermoeiende laatste meters komen we aan bij de Refuge Moëde Anterne (2000m). We drinken iets fris op het terras en zetten daarna onze tent op, op een aangename afstand van de hut, met prachtig uitzicht over de vallei: we zien de Brevent waar we vandaan komen en verbazen ons over de afstand die we op één dag hebben afgelegd. De omgeving is hier prachtig en we zijn blij dat we de drukke vallei van Chamonix hebben achtergelaten voor deze meer afgelegen omgeving.
De UCPA-groep is ook bij de hut en vraagt ons of we de volgende dag met hen de Mont Buet willen beklimmen. We bedanken voor het gezelschap, maar trekken er liever met z’n tweetjes op uit. Terwijl iedereen in de hut eet, genieten we van een warme douche. Wanneer we eenmaal proper gewassen zijn, koken we ons avondmaal in de oude ongebruikte hut, die helemaal leeg is maar wel supermooi en gezellig.
Als afsluiter van de dag genieten we nog even van het prachtige uitzicht en de zonsondergang bij onze tent.


Route dag 4: Refuge Moede Anterne – Chalets de Villy – Col de Salenton – Refuge Pierre à berard
Afstand: 11 km
Hoogteverschil: +650m -730m
Weer: zonnig
Kaart: IGN Samoëns – Haut-Giffre 1:25 000
Overnachting: bivak bij de refuge Pierre à berard

Een nacht in de tent is zoveel aangenamer dan in de hut: privacy, lekker zachte slaapzak en vooral, geen gesnurk! We plooien de tent op, maken een ontbijt gereed in de vroege zonneschijn en organiseren onze zakken om te vertrekken richting Mont Buet.

De groep van UCPA vertrekt voor ons, we volgen ze met een half uurtje achterstand. Het pad voert ons weg van de Rochers des Fiz, richting een nieuwe vallei. De stralende zon zorgt voor een mooi lichtspel. In de verte zien we de Mont Buet al liggen.


Na zowat anderhalf uur komen we toe aan de Chalets de Villy (1880m), waar we even pauzeren. We scoren wat zonnecreme van de UCPA’ers omdat ons klein tubetje al op is. We zijn duidelijk niet gewoon om te trekken in warme, zonnige oorden! Ulrike is aan één zijde al helemaal verbrand, dus elk beetje zonnecreme kunnen we goed gebruiken. De Chalets de Villy liggen helemaal te midden van een afgelegen vallei. We zijn er helemaal alleen en behalve de UCPA-groep die al verder voor ons wandelt is er in de verste verte niemand te bespeuren. Achter de Chalet is er een schattig wc’tje waar we onze blaas ledigen met een prachtig uitzicht.

Na de Chalets de Villy gaat het pad flink omhoog. Het pad is smal en steil en de kuiten zien zwaar af. Na een tweehondertal hoogtemeters moeten we een weg zoeken tussen de eerste sneeuwvelden en een tiental schapen die op het pad aan het rusten zijn. Achter ons hebben we een prachtig uitzicht over de vallei.

Na een korte eetpauze gaan we verder omhoog. Het mossige terrein maakt plaats voor losse stenen en veel sneeuw. Er is geen ontkomen meer aan, we moeten alweer meerdere sneeuwvelden oversteken. Maar in tegenstelling tot de vorige dag, eindigen de sneeuwvelden hier op een steile afgrond. Wie uitglijdt komt onmiddellijk honderden meters lager terecht.

Aangezien we geen pad meer zien en er maar weinig voetstappen te onderscheiden zijn in de sneeuw, zoekt Ulrike een begaanbare route uit. Ze maakt alweer trapjes in de sneeuw zodat ik, de bangerik van ons twee, erover durf. Met ijspikkel in de hand, wisselen we sneeuwvelden af met los, vallend steenpuin en een steile hellingsgraad. Omdat we nergens sporen zien, beginnen we te twijfelen of dit wel de route is.

Wanneer we eindelijk boven op de Col de Salenton (2530m) zijn, zijn we opgelucht dat we het gehaald hebben. We zijn moe door de klim, maar vooral ook door de uiterste concentratie bij elke stap.

Maar wanneer we piepen over de Col en de route terug naar beneden zien, zinkt de moed ons in de schoenen. De klim die we achter de rug hebben lijkt wel peanuts met de afdaling die ons te wachten staat: één en al sneeuw en een grote, steile afgrond. Maar vooral: niemand te bespeuren.

We denken er niet eens meer aan om de Mont Buet te beklimmen en denken alleen maar: “hoe geraken we heelhuids beneden?”. Het weer is aan het omslaan en de top van de Mont Buet ligt in de wolken. Het is ons de zware heen-en-terug klim naar de top niet waard!

Voorzichtig zet Ulrike de eerste stappen over de Col met mij in haar kielzog. We steken een eerste sneeuwveld over naar een stukje steengruis. We stappen en schuiven wat meters lager op het gruis en komen aan een volgend sneeuwveld. Het is zoeken naar de beste, veiligste route. Ulrike neemt weer het voortouw over een volgend stukje sneeuw maar schuift daarbij uit en valt. Ze glijdt meteen naar beneden, maar binnen een fractie van een seconde duwt ze haar ijspikkel in de sneeuw en komt ze tot stilstand. Oef! Het huren van een stel ijspikkels was duidelijk een goed idee!

Het vraagt enige moeite om verder te durven (zeker voor mij), maar uiteindelijk dalen we verder door de sneeuw en wordt de helling minder eng zodat we niet meer hoeven te zigzaggen. De ergste is gelukkig achter de rug. Na nog wat hoogtemeters dalen door de sneeuw, komen we terecht aan grote rotsblokken. We zien terug een markering en vinden het pad verder naar beneden, over de rotsen.

Wanneer er eindelijk terug een begaanbaar pad is, worden we een tijdje gevolgd door een steenbok. Binnen de kortste keren komen we toe aan de Refuge de la Pierre à Berard. Het is nog niet erg laat, maar we zijn goed moe van de zware tocht van vandaag.

We verwennen onszelf met een drankje en wat verse kaas met bosbessen, onder het toeziend oog van een kudde steenbokken die rustig de hut voorbijwandelen. Daarna zetten we iets hogerop onze tent op. We hebben weer geen zin in onze trekmaaltijden en eten nogmaals een driegangenmaaltijd in de hut.

Na het eten doen we nog een wandeling om te verteren. Er zijn massa’s steenbokken in de buurt, dus we hebben voldoende schouwspel om even bezig te zijn alvorens we gaan slapen.


Route dag 5: Refuge Pierre à berard – Le Buet
Afstand: 6 km
Hoogteverschil: -590m
Weer: zonnig
Kaart: IGN Pays du Mont-Blanc 1:50 000
Overnachting: camping Les montets in le Buet

De zon schijnt al op onze tent wanneer we opstaan en een ontbijt klaarmaken. Het is prachtig weer en erg stil, wat is het heerlijk om zo te ontwaken. We nemen de bergen rondom ons goed in ons op. Op ons dooie gemak maken we ons klaar voor het laatste, korte stukje van onze trektocht.

Met de rugzakken op onze rug, laten we de schattige hut achter ons. Het pad brengt ons door de vallei, steeds dalend terug richting ons vertrekpunt. Stilletjesaan kruisen we de eerste dagjestoeristen, die zwoegend naar boven klimmen door het bos.

Iets verderop bevinden we ons plots tussen allemaal lopers die meedoen aan de Marathon du Mont Blanc. Ze zien er al goed moe uit, maar wat wil je: ze zijn al van 4u ’s morgens onderweg en hebben al meer dan 25 km en 3000 hoogtemeters in de benen. In totaal gaan ze vandaag (de snelsten in maar 9 luttele uurtjes) 83 km lopen door de bergen, met 6000m stijgen en 6000m dalen. Ongelofelijk!

We komen langs de Cascade à Berard en vervolgen onze weg naar Le Buet. Wanneer we in het gehuchtje toekomen, vinden we zonder probleem onze auto terug en smijten we de rugzakken van onze rug. De trektocht zit er op!

We eten een stevige kaas- en charcuterieschotel in het restaurantje vlakbij en gaan daarna naar Chamonix om de lift te nemen naar l’Aiguille du Midi. Een ticketje voor een ritje tot boven met de kabellift is superduur, maar meer dan de moeite waard. Binnen het halfuur bevinden we ons op 3842m hoogte en genieten we van een prachtig uitzicht op de Mont Blanc en de omgeving. We zien een groot aantal vermoeide alpinisten die terugkeren van de beklimming van de Mont Blanc, wat een drukte! Ondanks onze acclimatisatie van de afgelopen dagen voelen we toch het gebrek aan zuurstof op deze hoogte.

Na deze ongelofelijke ervaring eten we een pizza in het centrum van Chamonix, kijken we nog even naar de aankomst van de marathon-lopers en keren nadien terug naar de camping Des Montets in Le Buet, waar we eerder op de dag onze tent hebben opgesteld. We kruipen er vroeg in want de volgende dag willen we vroeg vertrekken met de auto om op tijd in België te geraken.

Route:

De “Tour des Aiguilles Rouges” is geen officiële route en staat dan ook nergens aangegeven onderweg. Het is nochtans een redelijk populaire trektocht, waarbij tal van variaties mogelijk zijn. De tocht loopt door drie natuurreservaten: la Reserve Naturelle des Aiguilles Rouges, la Reserve Naturelle de Passy en la Reserve Naturelle Vallon-Berard. De route volgt stukken van de Tour du Pays du Mont Blanc (TPMB), de Tour du Mont Blanc (TMB) en de GR5.
Wij kozen voor een redelijk eenvoudige variant waarbij we de optie hadden om de Mont Buet te beklimmen, maar dit perfect ook achterwege konden laten bij slechte weersomstandigheden. Maar je kan het best wat pittiger maken door langs de Refuge des Fonts, Chalet le Grenarion en de Frêtes du Grenier te gaan en zo de noordelijke, moeilijkere, flank van de Mont Buet te beklimmen. En ook het stukje via la Flégère en de Grand Balcon Sud kun je omwisselen voor het hogere en moeilijkere pad over de Index de la Glière en langs de Lac Cornu.

Omdat er in de dalen rond het massief verschillende dorpjes zijn, is het mogelijk om op verschillende plaatsen de trektocht te starten. Wij zijn vanuit het dorpje Le Buet vertrokken, omdat daar een gratis parking is, maar je kunt ook je route wat aanpassen en vertrekken vanuit Argentière, Chamonix, Sixt-Fer-à-Cheval of Les Houches.

Overnachten: 

Onderweg kom je voldoende Refuges tegen, ze staan in principe allemaal op de kaart aangeduid. Wil je zeker zijn van een slaapplaats, dan kun je best op voorhand reserveren. Wij waren er voor de zomervakantie (laatste week van juni), en dus hebben we zonder boeken steeds een plekje kunnen bemachtigen, maar in drukkere periodes kan dat wel eens anders zijn.
In de buurt van de meeste hutten mag je ook bivakkeren, je moet het alleen melden aan de hutwaard en soms moet je een kleinigheid betalen. In bepaalde hutten mag je dan gebruik maken van het drinkbaar water en sanitair (vb. Refuge Moëde Anterne), in andere dan weer niet (vb. Refuge du Bellachat).
Wildkamperen in de natuurreservaten mag niet, maar een bivak van 19h tot 9h is toegestaan.  Kampvuren zijn verboden en uiteraard mag je niets achterlaten.

Water: 

We lazen ergens online dat het water in de omgeving teveel arseen zou bevatten, maar zeker weten we het niet want het was geen officiële bron. Voor de zekerheid hebben we telkens voldoende water voorzien vanuit de hutten. In de Refuge du Bellachat is er weinig drinkbaar water, daarom mogen enkel de gasten het water gebruiken. Maar in de overige hutten was er telkens makkelijk drinkbaar water te verkrijgen.

Vervoer:
Wij waren met de auto, maar met de trein geraak je er ook perfect: in Le Buet is een station vlak aan het begin van de trektocht. Ook Chamonix kun je uiteraard makkelijk bereiken met de trein.

Conclusie:
We vonden de Tour des Aiguilles Rouges een erg mooie trektocht, met prachtige uitzichten op het Mont Blancmassief en de Rochers des Fiz. We hadden de nood om te acclimatiseren onderschat en zo ook de Alpen in het algemeen: omdat de bergen dicht bijeen staan loop je veel meer hoogtemeters per dag dan pakweg in Noorwegen of IJsland. Bepaalde stevige stukken maakten het zeker een uitdaging, vooral omdat we de tocht vroeg in het seizoen hebben gemaakt en er nog veel sneeuwvelden waren. Het enige minpunt was dat we de eerste dagen niet het gevoel hadden dat we een afgelegen tocht maakten, door de continue nabijheid van de vallei van Chamonix en de skiliften op de bergflank. Gelukkig was dat na twee dagen stappen helemaal anders en viel er van de bewoonde wereld niets meer te bespeuren.
Advertenties

2 thoughts on “Vijfdaagse trektocht langs de Tour des Aiguilles Rouges

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s